50 jaar in de tijd

Van een lokaal initiatief tot een internationale trekpleister

 

Van koemarkt tot internationale antiekmarkt

Waar vandaag elke zondag antiek, curiosa en bijzondere verzamelstukken van eigenaar wisselen, klonk vroeger het geloei van koeien en kalveren. De Koemarkt – de huidige Veemarkt en de omgeving van de antiekmarkt – was jarenlang het bruisende centrum van de veehandel in Tongeren en de omliggende Haspengouwse landbouwstreek.

Op marktdagen trokken landbouwers en veehouders al vroeg met hun dieren naar Tongeren. Runderen en kalveren werden op het plein opgesteld, gekeurd en zorgvuldig bekeken. Tussen de dieren door liepen boeren, veehandelaars en slagers, op zoek naar de beste koop. Er werd stevig onderhandeld, meestal zonder uitgebreide contracten. Wanneer koper en verkoper het eens waren over de prijs, werd de verkoop bezegeld met een stevige handslag.

De veemarkt was echter veel meer dan een plaats waar dieren werden verkocht. Landbouwers ontmoetten er collega’s, wisselden nieuwtjes uit en bespraken de prijzen. Veehandelaars en slagers konden op één plek een groot aanbod bekijken. Ook de cafés, eetgelegenheden en handelszaken rond het plein deden goede zaken. Na het onderhandelen was er immers altijd tijd voor een drankje, een hapje en een gesprek. Voor velen was de wekelijkse marktdag dan ook een belangrijk sociaal gebeuren.

Tongeren lag midden in een vruchtbare landbouw- en veeteeltstreek en was goed bereikbaar vanuit de omliggende dorpen. Het was dan ook niet verwonderlijk dat de veemarkt uitgroeide tot een belangrijke regionale handelsplaats. Aan deze bedrijvigheid dankte het plein zijn naam: de Koemarkt.

In de loop van de twintigste eeuw begon de openbare veehandel geleidelijk aan belang te verliezen. De handel verschoof naar gespecialiseerde veemarkten en slachthuizen, of verliep steeds vaker rechtstreeks tussen landbouwers en handelaars. Ook strengere voorschriften rond hygiëne, dierenwelzijn en vervoer maakten het steeds moeilijker om vee midden in het stadscentrum te verhandelen.

1976 – Een lumineus idee

Kort vóór 1976 verdween de wekelijkse veemarkt uiteindelijk volledig. De stilte die achterbleef, was opvallend. Het plein trok minder bezoekers en ook de plaatselijke horeca voelde het verschil. Waar vroeger elke week volop handel werd gedreven, bleef het nu akelig rustig.

Maar enkele ondernemende café-uitbaters zagen in die leegte vooral een nieuwe kans.

In café De Rembrandt sloegen Matt Hardy – de uitbater, die ook wel ‘de engel van Maastricht’ werd genoemd – Mariette Dumoulin van café 007, Thérèse Wouters van café Apollo en Agnes De Jong van café Century aan het filosoferen. Wat als ze op ‘hun’ plein een vlooienmarkt zouden organiseren? Een markt die opnieuw mensen, handelaars en verzamelaars naar de Veemarkt kon lokken?

De naam ‘vlooienmarkt’ is trouwens een letterlijke vertaling van het Franse marché aux puces. De benaming ontstond aan het einde van de negentiende eeuw en verwees met een knipoog naar de tweedehandskleding, meubels en andere gebruikte spullen die er werden verkocht. Men grapte dat tussen die oude goederen weleens vlooien konden zitten. Gelukkig waren het vooral de koopjes – en niet de vlooien – die mee naar huis gingen.

Hun enthousiasme werd aanvankelijk niet meteen gedeeld. Op de eerste vergadering in Café Century zaten Matt, Mariette, Thérèse en Agnes helemaal alleen. Niemand anders was komen opdagen. Toch lieten ze zich daardoor niet ontmoedigen. Ze geloofden rotsvast in hun plan en vroegen met z’n vieren toestemming aan burgemeester Ferir.

Daarna ging het razendsnel. Binnen amper zes weken was alles geregeld: standhouders werden gezocht, muziek en animatie vastgelegd en affiches en flyers gedrukt. De eerste standhouder die toezegde, was Guyke Willems. Harry Serpentie liet de eerste flyers in Maastricht drukken en trok er samen met Matt op uit. Ze deelden de folders uit op de vlooienmarkten van Luik, Sint-Truiden en Maastricht en nodigden handelaars en bezoekers uit om naar Tongeren te komen.

Op zondag 1 augustus 1976 was het zover. Om 9 uur opende burgemeester Ferir de eerste antiek- en vlooienmarkt feestelijk. Hij onderbrak daarvoor zelfs speciaal zijn vakantie aan zee. Harmonie ‘Laat en Zaat’ uit Maastricht zorgde voor de muzikale sfeer. Georges Willemaers nam het woord namens de Ridders van Moerenpoort tot Beukenberg, die mee de schouders hadden gezet onder de organisatie.

Het werd een bloedhete zondag, maar de hitte hield niemand tegen. Er kwam veel meer volk opdagen dan de initiatiefnemers ooit hadden durven dromen. De Veemarkt bruiste opnieuw van het leven. Tussen de bezoekers en standhouders liepen Thérèse en Matt rond om het standgeld te innen: 50 Belgische frank per lopende meter.

De eerste advertenties spraken zelfs van een 'unicum' voor Limburg en promootten de overdekte vlooienmarkt als 'enige in België'.

1977 – Ook in de winter

De nieuwe markt bleek meteen een schot in de roos. Amper vijf maanden na de opening volgde al een eerste uitbreiding. Vanaf 9 januari 1977 vond de ‘vlooienmarkt’ niet alleen buiten plaats, maar ook overdekt in de hallen. Daarmee was Tongeren op dat moment uniek in België.

Wat kleinschalig begon op de Veemarkt, groeide jaar na jaar verder uit. Steeds meer standhouders en bezoekers vonden hun weg naar Tongeren. Eind jaren tachtig werd de organisatie overgenomen door de stadsdiensten.

Zo maakte de handel in koeien en kalveren plaats voor de handel in antiek en curiosa. De koopwaar veranderde, maar de ziel van het plein bleef dezelfde: mensen ontmoeten, onderhandelen, verhalen uitwisselen en een goede zaak afsluiten – vroeger met een koe, vandaag met een bijzonder stuk antiek.

1978 – De eerste internationale bezoekers

Amper twee jaar na de start schrijven de kranten al over de enorme belangstelling. In oktober 1978 verschijnt een opmerkelijk artikel waarin staat dat de Tongerse vlooienmarkt die van Luik voorbijsteekt en 'ontzettend veel Nederlands-Limburgers, Luikenaars en bezoekers uit heel België' aantrekt. Dat is het eerste duidelijke bewijs dat de markt haar regionale grenzen overschrijdt.

1980 – Een vaste waarde

Begin jaren tachtig is de Tongerse vlooienmarkt uitgegroeid tot een begrip. Kranten spreken over 'tienduizenden bezoekers' en beschrijven hoe bezoekers uit Nederland al een vanzelfsprekend onderdeel van het publiek zijn. De markt wordt geroemd om haar gezellige sfeer, de unieke locatie tussen de historische straten en het gevarieerde aanbod.

1986 – Tien jaar succes

Bij het tienjarig bestaan schrijven de kranten dat vooral Nederlanders en Duitsers altijd sterk vertegenwoordigd zijn. De organisatoren stellen met trots dat zij 'de harten van vele buitenlanders hebben veroverd'. De markt breidt verder uit en krijgt een steeds belangrijkere economische betekenis voor de stad.

De jaren tachtig – De Euregio ontdekt Tongeren

Door haar centrale ligging tussen Maastricht, Luik, Hasselt en Aken groeit Tongeren uit tot een vaste bestemming voor antiekliefhebbers uit de hele Euregio. De markt wordt een ontmoetingsplaats waar Nederlands, Duits, Frans en Limburgs door elkaar klinken. Later beschrijven journalisten de antiekmarkt zelfs als een internationaal trefpunt.

Van Euregio naar internationale faam

Tegen het einde van de jaren tachtig spreken de media over een markt die 'ver over de landsgrenzen bekend is'. Naast bezoekers uit Nederland, Duitsland en Frankrijk vinden ook verzamelaars uit onder meer Groot-Brittannië en de Verenigde Staten hun weg naar Tongeren. In de daaropvolgende decennia groeit de markt verder uit tot een internationale hotspot voor antiek, brocante, design en vintage.

Vandaag

Vijftig jaar later is de Tongerse Antiek- en Brocantemarkt nog steeds een begrip. Elke zondag brengen honderden standhouders en duizenden bezoekers leven in de oudste stad van België. Wat ooit begon als een lokaal initiatief is uitgegroeid tot een markt met een internationale uitstraling, waar passie voor antiek, erfgoed en ontmoeting al een halve eeuw centraal staan. Tegenwoordig staat de markt bekend als de grootste antiekmarkt van de Benelux en trekt zij bezoekers uit heel Europa en daarbuiten.

Naar top