Van een lokaal initiatief tot een internationale trekpleister
Het begon allemaal in de zomer van 1976. Guy Wouters en Matt Hardy (uitbater van café De Rembrandt) zochten naar een nieuw idee voor hun plein. De veemarkt was verdwenen en dat voelde de horeca meteen. Samen met Thérèse Wouters en Agnes De Jong besloten ze een vlooienmarkt te organiseren. Op de eerste vergadering kwam niemand opdagen, maar dat hield hen niet tegen. Ze vroegen met z’n drieën toestemming aan burgemeester Ferir en zes weken later was de eerste editie een feit.
Op zondag 1 augustus 1976 ging de antiekmarkt van start. Burgemeester Ferir onderbrak zelfs zijn vakantie om erbij te zijn. De markt kreeg steun van onder meer de Ridders van Morepoit tot Bukeberg en lokte meteen veel volk. Het werd een groot succes en bleef jaar na jaar groeien. Eind jaren 1980 nam de stad de organisatie over.
Wat in augustus 1976 begon als een klein idee aan de Oude Koemarkt, groeide uit tot een indrukwekkend avontuur. Zeven ondernemende antiquairs wilden de leegte opvangen die was ontstaan na het verdwijnen van de wekelijkse veemarkt. Wat begon als een bescheiden vlooien- en ruilmarkt, groeide in vijftig jaar uit tot de grootste wekelijkse antiek- en brocantemarkt van de Benelux en een begrip ver buiten de landsgrenzen.
1976 – Een lumineus idee
De eerste markt vond plaats op 1 augustus 1976 aan de Oude Koemarkt. Al snel bleek dat het concept aansloeg. De markt bood iets wat in die tijd uitzonderlijk was: een wekelijkse markt waar particulieren, verzamelaars en antiquairs elkaar ontmoetten. De eerste advertenties spraken zelfs van een 'unicum' voor Limburg en promootten de overdekte vlooienmarkt als 'enige in België'.
1977 – Ook in de winter
Het enthousiasme was zo groot dat de markt niet langer enkel tijdens de zomer werd georganiseerd. Vanaf 1977 ging de Tongerse vlooienmarkt ook tijdens de winter door. Daarmee werd Tongeren één van de eerste steden in België met een wekelijkse antiek- en vlooienmarkt die het hele jaar door bezoekers ontving.
1978 – De eerste internationale bezoekers
Amper twee jaar na de start schrijven de kranten al over de enorme belangstelling. In oktober 1978 verschijnt een opmerkelijk artikel waarin staat dat de Tongerse vlooienmarkt die van Luik voorbijsteekt en 'ontzettend veel Nederlands-Limburgers, Luikenaars en bezoekers uit heel België' aantrekt. Dat is het eerste duidelijke bewijs dat de markt haar regionale grenzen overschrijdt.
1980 – Een vaste waarde
Begin jaren tachtig is de Tongerse vlooienmarkt uitgegroeid tot een begrip. Kranten spreken over 'tienduizenden bezoekers' en beschrijven hoe bezoekers uit Nederland al een vanzelfsprekend onderdeel van het publiek zijn. De markt wordt geroemd om haar gezellige sfeer, de unieke locatie tussen de historische straten en het gevarieerde aanbod.
1986 – Tien jaar succes
Bij het tienjarig bestaan schrijven de kranten dat vooral Nederlanders en Duitsers altijd sterk vertegenwoordigd zijn. De organisatoren stellen met trots dat zij 'de harten van vele buitenlanders hebben veroverd'. De markt breidt verder uit en krijgt een steeds belangrijkere economische betekenis voor de stad.
De jaren tachtig – De Euregio ontdekt Tongeren
Door haar centrale ligging tussen Maastricht, Luik, Hasselt en Aken groeit Tongeren uit tot een vaste bestemming voor antiekliefhebbers uit de hele Euregio. De markt wordt een ontmoetingsplaats waar Nederlands, Duits, Frans en Limburgs door elkaar klinken. Later beschrijven journalisten de antiekmarkt zelfs als een internationaal trefpunt.
Van Euregio naar internationale faam
Tegen het einde van de jaren tachtig spreken de media over een markt die 'ver over de landsgrenzen bekend is'. Naast bezoekers uit Nederland, Duitsland en Frankrijk vinden ook verzamelaars uit onder meer Groot-Brittannië en de Verenigde Staten hun weg naar Tongeren. In de daaropvolgende decennia groeit de markt verder uit tot een internationale hotspot voor antiek, brocante, design en vintage.
Vandaag
Vijftig jaar later is de Tongerse Antiek- en Brocantemarkt nog steeds een begrip. Elke zondag brengen honderden standhouders en duizenden bezoekers leven in de oudste stad van België. Wat ooit begon als een lokaal initiatief is uitgegroeid tot een markt met een internationale uitstraling, waar passie voor antiek, erfgoed en ontmoeting al een halve eeuw centraal staan. Tegenwoordig staat de markt bekend als de grootste antiekmarkt van de Benelux en trekt zij bezoekers uit heel Europa en daarbuiten.

